Hoe leegte ons verbindt
Een van de meest radicale inzichten uit het boeddhisme is dat niets op zichzelf bestaat: ‘vorm is leegte’. Alles bestaat dankzij al het andere en is in communicatie met al het andere. Er is een enkelvoudig ‘leeg’ Zijn dat zich uitdrukt in alle schijnbaar zelfstandige vormen, stromende uitdrukkingen van openheid: ‘leegte is vorm’.
Die realisatie is geen abstracte wijsheid, maar iets dat telkens opnieuw oplicht wanneer we diep kijken in de aard van de werkelijkheid. Ze staat haaks op de manier waarop onze psyche ons doorgaans de wereld laat ervaren. Die psyche doet alsof we afgescheiden zijn en gaat pas daarna een relatie aan met al het andere, steeds gedreven door de vraag: helpt dit mij, of schaadt dit mij?
Wanneer we echter ervaren dat we niet los staan van het geheel, maar er een uitdrukking van zijn, kantelt alles. De wereld wordt minder vijandig, minder iets dat we moeten controleren of overleven. Een gevoel van verbonden rust stroomt binnen. Ons hart opent zich. Het bestaan vertraagt. We voelen een onuitgesproken intimiteit met alles wat leeft. Vanuit dat leegtezicht verdwijnt de defensieve kramp die onze psyche zo vaak kenmerkt.
Wat dit betekent voor hoe we samenleven
Wie dit inzicht werkelijk tot zich laat doordringen, kan bijna niet anders dan op inclusieve wijze te gaan denken. Want als alles met alles verbonden is, wordt het onmogelijk om een samenleving te organiseren vanuit de logica van ‘wij’ tegen ‘zij’.
Als je iets goeds wilt, wil je dat voor iedereen. Als je schade toebrengt, raakt dat onvermijdelijk het geheel. De mensheid, de aarde, alle levensvormen: we zijn verbonden in één groot netwerk van wederzijdse beïnvloeding.
Dit betekent niet dat je jouw eigen gemeenschap, cultuur of groep niet mag beschermen of ondersteunen. Maar het grotere geheel blijft altijd in beeld. Zoals altijd met een hoge optiek: die omvat en overstijgt een lagere optiek, zonder die lagere optiek te vernietigen of slecht te maken.
De wereld beweegt naar afscheiding
Kijken we vervolgens naar het huidige politieke landschap, dan lijkt het alsof die onderlinge verbondenheid nauwelijks nog meetelt. Nationale belangen boven alles. Internationale akkoorden worden opgezegd. Er wordt vanuit gegaan dat je je kunt isoleren. Machtspolitiek viert hoogtij. Groepen mensen worden gedehumaniseerd en daarmee vogelvrij verklaard. Milieumaatregelen worden teruggedraaid onder het mom van economische noodzaak.
Het is ontstellend om te zien hoe snel wereldleiders, die ooit werkten aan vrede en internationale samenwerking, terugvallen in een primitieve optiek. Het lijkt alsof de wereldorde, net als een individuele psyche, kan stijgen en dalen op de ladder van bewustzijn. En momenteel dreigen we af te glijden naar de onderste sporten.
Waarom verbondenheid juist nu ons kompas moet zijn
Of mijn inschatting dat het slecht gaat met de wereld volledig klopt, is misschien niet het belangrijkst. Wat wél onmiskenbaar is: het inzicht van onze feitelijke onderlinge verwevenheid heeft richtinggevend vermogen. Het is een kompas dat we opnieuw moeten leren gebruiken.
Alles wat uitnodigt tot dialoog, samenwerking, mondiale oplossingen en gedeelde ethiek verdient ondersteuning. Want uiteindelijk zijn we één mensheid, en leven we in één ecologisch en existentieel web.
Denkbeelden en initiatieven die dat zien, leiden naar geluk. Wie vasthoudt aan afscheiding en isolatie zal onvermijdelijk in conflict, angst en ongeluk belanden.
Dat is misschien de meest eenvoudige, maar ook de meest radicale boodschap van verlicht burgerschap: geluk is nooit particulier. Het is altijd relationeel, het is altijd gedeeld.
Afbeelding: AnneRiet de Boer